Bladmuziek en ‘Het grote intuïtie-probleem’

Ik heb al eerder geschreven over de problemen die bladmuziek kan veroorzaken in het leerproces, maar om daadwerkelijk te kunnen begrijpen en inspelen op deze probleempunten en valkuilen, is het de moeite waard om deze ook ééns nader te beschrijven. Voor wie zelf geen bladmuziek kan lezen, is ook dit artikel de moeite om te lezen. Niet omdat het je een snellere weg leert naar het doolhof dat bladmuziek kan zijn, maar opdat je kunt beslissen waarom je het wel of niet wilt leren begrijpen en welke effecten het kan hebben op je spel en muzikale leerproces.

Waar muziektheorie een wiskundige verklaring is van muziek, is bladmuziek hier een extentie van, die de mogelijkheid biedt om een universele weergave te produceren. Bladmuziek geeft een overzichtelijk beeld van de muziek, waarin te zien is welke bewegingen de muziek doorloopt. Mits de lezer geschoold is in muziektheorie, conventionele solfège en compositie-technieken. Kortweg, men moet ver boven de muziek staan om het te kunnen begrijpen en toepassen zoals de componist het bedoelde, zonder het te hoeven horen.

Bladmuziek in het muziekonderwijs is een mes dat aan twee kanten snijdt. Het geeft de leerlingen structuur en overzicht, terwijl de docent niet steeds opnieuw het wiel uit hoeft te vinden, of een halve les te besteden aan memorizatie of voor- en naspel. Aan de andere kant is het echter een extra dimensie aan muziek, bovenop techniek en geluid, die de leerling moet leren begrijpen. Dit is echter niet het voornaamste probleem. Een overzichtelijke structuur is geen minpunt in een les, problemen wat betreft memorizatie en muzikaal bewustzijn daargelaten.

Maar waar bladmuziek wint door structuur, verliest het tienvoud in didactische waarde. De mathematische, ‘logische’ weergave die bladmuziek biedt is tegelijkertijd precies het probleem, omdat veel van de details die de kracht zijn van bladmuziek, lijnrecht tegenover de intuïtie staan die het leren spelen van muziek zo prettig en gemakkelijk zou moeten maken.

Een aantal punten die aangekaart moeten worden.

  • Bladmuziek is niet absoluut. Het is het resultaat van een aantal eeuwen muzikale ontwikkeling, maar dat wil niet zeggen dat deze ontwikkeling als voltooid is, of ooit zal zijn. Momenteel echter, is het gericht op structuur en mathematische correctheid, niet op een gezond leerproces.
  • Bladmuziek is universeel, voor elk die zijn of haar instrument beheerst. Een pianist die bladmuziek beheerst, kan begrijpen wat een gitarist zou moeten spelen wat  betreft geluid. En al kunnen ze het wellicht in meer of mindere mate uitvoeren op hun eigen instrument, ze kunnen dat niet ook direct op een gitaar. Dus het kunnen lezen van bladmuziek voor de piano, helpt (praktisch gezien) geen sikkepit als je aan de gitaar begint.
  • Op een veranderlijk instrument als de gitaar, waar men de snaren kan herstemmen, dezelfde noten op meerdere wijzen kan spelen, of de praktische cultuur meer patroon-gericht (hierover volgt meer) is dan absolute noten, geeft bladmuziek te vaak te weinig informatie.

En dit is precies het probleem voor de leerling en de docent als het gaat om bladmuziek. Bladmuziek geeft absolute, statische informatie, over een veranderlijk concept als muziek, voor een veranderlijk instrument.

Bladmuziek presenteerd absolute, wiskundige concepten zoals maatstrepen, notenwaarden en notitie van toonhoogten die niet in relatie staan tot het instrument waarop ze gespeeld moeten worden. Al deze principes zijn essentieel en een niet-intuïtieve presentatie is direct al problematisch als het gaat om de relatie beeld – geluid.

Want waar een onervaren leerling een maatstreep ziet, wordt dit intuïtief gezien als een pauze in de muziek. Een opmaat, waar men voor het gevoel een ‘aanloopje’ neemt om te beginnen, wordt zo compleet verkeerd geïnterpreteerd. Hetzelfde geldt voor noten met verschillende notenwaarden. Twee 8e noten (♪♪) worden in sommige gevallen gekoppeld in weergave door een horizontale streep (♫), terwijl een 8e noot gevolgd door een kwartnoot (♪♩) altijd los van elkaar staan. En hoewel dit tweede voorbeeld dus ongekoppeld genoteerd wordt, klinkt dit exact hetzelfde als het 1e voorbeeld. Dat tweede noot is gewoon langer is wordt vaak niet direct ervaren.

Wanneer er een maatstreep tussen twee 8e noten staat (♪|♪), is de nootduur en het ritme hetzelfde als wanneer zulke 8e noten aaneengesloten zijn (♫). De accenten veranderen welliswaar, maar dat is hier dus niet waar de leerling visueel mee geconfronteerd wordt. Voor wie noten kan lezen, dit muzikale ritme (♪|♩) word ervaren als (♪♩), met een accent op de kwartnoot (♩). Als dit een enkele keer voorkomt valt dat vaak nog wel uit te leggen, maar het moment dat we modernere muziek, hemiola’s, of nog exotischer ritmes toe gaan passen – waar dergelijke principe’s herhaaldelijk plaatsvinden – wordt de leerling direct uit het lood geslagen omdat het beeld ♪♩♩♩♪|♪♩♪♪♩♪ niet klinkt zoals het leest. Het ritmische idee hier is de combinatie (notenwaarden) kort-lang-lang-lang-kort, gevolgd door een aantal maal kort-lang-kort. Als men een beginnende leerling een dergelijk voorbeeld uit laat schrijven, dan is dit ♪♩♩♩|♪♪♩|♪♪♩|♪ het resultaat. Je ziet, de notenwaarden blijven hetzelfde, maar de maatstrepen worden ervaren als aanduidingen voor een volgend ritmisch patroon.

Ervaring leert dat men dus in eerste instantie voornamelijk luistert in accenten en ritmische patronen. Een noot klinkt harder in verhouding tot de omliggende noten, die gevoelsmatig, ritmisch gezien bij een bepaalde set horen. Het ritmegevoel is dus vaak veel meer gericht op specifieke ritmische patronen, in plaats van een concentratie op een universele puls als vierkwartsmaat.

Dit is niet iets wat ik verzin, ik zie het al jaren bij talloze verschillende leerlingen. En ik heb het, nadat ik een collega jaren geleden hierover hoorde spreken, ééns getest bij een paar leerlingen. Bovenstaande voorbeeld was het resultaat. Ons brein probeert overal patronen in te ontdekken en de layout en inrichting van bladmuziek staat lijnrecht tegenover deze kern in ons denken.

Dus de notitiewijze van notenwaarden en plaatsing in de muziek zijn al een probleem, maar dat wil niet zeggen dat bladmuziek alleen voor het ritmegevoel problematisch kan zijn. Hoewel het bij sommige instrumenten minder een probleem is, heeft de gitaar een aantal technische onderdelen die niet helpen bij intuïtieve toepassing op een gitaar.

Wie naar een piano kijkt, zal zien dat de toetsen in een bepaald patroon verdeeld zijn in zwarte en witte toetsen, dit patroon herhaald zich over de gehele piano. Wie bladmuziek wil spelen op een piano, kan als er geen voortekens bij staan, beredeneren wat er gespeeld moet worden, zolang ze 1 noot weten. Gewoon omdat de notenvolgorde op de notenbalk van hoog naar laag stapsgewijs is, gelijk aan de witte toetsen van een piano. Dit is niet zo bij een gitaar. De gitaar heeft geen zwarte of witte toetsen, vakjes of frets.

Een veel gehoorde klacht is dat de gitaar niet overzichtelijk is. Dit is half waar. Een gitaar heeft inderdaad niet dezelfde, op bladmuziek toepasbare, stapsgewijze volgorde die de piano heeft. Maar wie een F-akkoord kan spelen op een gitaar, kan ook een F# akoord spelen. Dit kan omdat het exact hetzelfde patroon is wat betreft snaren en in te drukken frets, het bevindt zich simpelweg een positie hoger. Op een piano is ditzelfde principe inééns een hoop ellende met zwarte toetsen, andere vingers en verhoudingen hiertussen.

Beide instrumenten hebben dus hun voor- en nadelen, in het technische aspect, maar waar bladmuziek dit duidelijk laat zien op een piano door kruizen(♯) en mollen (♭), die vaak neerkomen op zwarte toetsen, geven de noten zelf nagenoeg niets vrij als het gaat om de gitaar. Dit moet allemaal bijgeschreven worden door vingerzettingen en snaren, waardoor de bladmuziek één grote puinhoop wordt van noten, voortekens, positieaanduiding, cijfers en cirkels, voor een enkel akkoord. De leerlingen zien vervolgens door de bomen het bos niet meer en hebben niet door dat ze iets moeten doen wat ze allang kunnen, een bepaalde vingerzetting gewoon een fret verplaatsen.

Dit is waar tablatuur de uitkomst biedt, want het geeft exact aan waar men vingers neer moet zetten. Het is dan ook met reden een veel ouder en langer gebruikt notatiemiddel voor de gitaar en haar voorgangers. Voor wie het niet wist, de gitaar en luit hebben maar zelden bladmuziek gebruikt, tot Fernando Sor het als conventionele muzieknotatie is gaan uitbrengen. De nadelen van tablatuur zijn dat de kwaliteit vaak te wensen overlaat en dat het geen complete informatie geeft wat betreft de daadwerkelijke muziek, maar het is in elk geval duidelijk in de informatie die het wel biedt. Daarnaast kan tablatuur behoorlijk verschillen per generatie, land en taal.

Want waar bladmuziek de noten stapsgewijs laat opvolgen, kunnen deze stappen op een gitaar variëren tussen 1 of meer frets. Deze verschillende afstanden op een gitaar, zijn niet te zien op bladmuziek. Tablatuur geeft  aan welke positie, op welke snaar men moet spelen, ongeacht anders gestemde snaren. Dat wil niet zeggen dat het perfect is. Ik heb al eerder geschreven over de gebrekkige ritmische weergave van tablatuur en waar er wel ritmische informatie gegeven wordt, blijkt dit op dezelfde onintuïtieve manier gedaan te worden als reguliere bladmuziek. Met dezelfde problemen als gevolg.

Wie zich bladmuziek en tablatuur echter volledig ontzegt, kan honderden jaren muziek mislopen. Er zijn bibliotheken vol met de meest prachtige muziek die je maar kunt bedenken, of zelfs niet ééns op zou komen. Zonder geschreven muziek hadden we honderden jaren muzikale ontwikkeling verloren. Geen Bach, geen Dufay, geen Ventadour.

Hoewel informatie altijd de moeite is waard om mee te nemen, wil dat niet zeggen dat zomaar alle willekeurige informatie ook het juiste beginpunt is. Sommige vormen van communicatie hebben geen plaats in de muziekles, of in elk geval niet in hun conventionele vorm. Ik houdt mijzelf ook niet voor dat ik, ondanks dat ik niet alleen sta in deze bevindingen (er zijn meerdere onderzoeken geweest naar de communicatie en interpretatie van muziek) van het lesgeven en het leerproces, zoiets groots en universeels als bladmuziek te kunnen veranderen naar een didaktisch meer verantwoord concept.

Wel is het de moeite waard, voor zowel docenten als leerlingen, om zich bewust te zijn van de struikelblokken die zich kunnen voordoen bij het leren van een dergelijke communicatievorm. Tot binnenkort en blijf spelen.