Over oefenen

Eén van de meest gestelde vragen aan mij als docent is ‘hoeveel moet ik oefenen?’ Nou kan ik me eigenlijk maar weinig momenten herinneren dat ikzelf daadwerkelijk ‘geoefend’ heb. In plaats daarvan heb ik gewoon vaak gespeeld en veel tijd doorgebracht met het instrument, maar er is wel degelijk een antwoord dat minder vaag is.

Toen ik net begon met lesgeven kon ik het aantal leerlingen dat zich ervanaf maakte met een middagje oefenen voor de les niet op twee handen tellen. Heel vreemd is dat niet, gezien het feit de gitaar een instrument is dat veel tijd vergt voordat het je beloond.

Instrumenten verschillen hierin nogal van elkaar, ze zijn allen even moeilijk om echt meesterschap in te bereiken, maar de plateau’s die je als muzikant bereikt komen niet in dezelfde volgorde. Een simpel voorbeeld is de vergelijking tussen viool, gitaar en piano. De gitaar houdt namelijk min of meer de balans tussen deze twee, zowel technisch als muzikaal gezien.

Waar de viool ontzettend veel mogelijkheden heeft wat betreft benadering en het timbre van een noot, ga je er met de beste wil van de wereld nooit zoveel noten tegelijk uit krijgen als uit een piano. En waar een piano veel meer noten tot de beschikking heeft, is het veel moeilijker om een ander timbre uit een piano te krijgen. Het is wel degelijk haalbaar, maar veel moeilijker en de mogelijkheden blijven beperkt.

De gitaar houdt een grillige balans tussen deze instrumenten. Als gitarist kunnen we niet op dezelfde manier een noot oneindig lang aanhouden als een violist, zonder illusies of zelfs elektronische effecten te gebruiken. Maar we hebben op een vergelijkbare manier een groot aantal timbres en mogelijkheden tot benadering van noten. En waar we niet zoveel noten tegelijk kunnen spelen als een pianist, of een dergelijk wijd bereik hebben, kunnen we in elk geval genoeg om zelfs meerstemmige muziek volledig tot z’n recht te laten komen, zonder in te hoeven binden als het gaat om timbre-variëteit of dynamiek.

Echter, waar we deze flexibiliteit tot onze beschikking hebben, leveren we er ook wat voor in. Een gitaar kan vals spelen, maar het gebeurt veel minder gemakkelijk dan op een viool. Wel kan een gitaar ‘kapotte’ of ‘aangebrande’ noten spelen, als een noot niet goed gefret is. Een speelfout die nagenoeg niet mogelijk is op een piano. Kortom, een gitaar is muzikaal flexibel, sterk beïnvloedbaar in timbre en erg dynamisch, maar dat maakt dat het instrument erg nauw luistert wat betreft speelvaardigheid. Een gitaar klinkt mooi, of het klinkt niet. Er is maar weinig ruimte tussenin.

Deze aparte balans betekend dat het een lange tijd kan duren om het instrument echt meester te worden in het genre waarvoor je hebt gekozen. Popliedjes begeleiden met akkoorden kan zo een half jaar duren, maar dan ook alleen als je elke dag speelt. Wat mij het meeste is opgevallen door de jaren heen, is dat de leerlingen die vooral hun ‘meters maken’ echt vooruitgang boeken. En dit raad ik dus ook altijd mijn leerlingen aan.

De enige reden dat je hebt leren lopen, is dat je vaak genoeg hebt geprobeerd op te staan. Uiteindelijk viel je niet meer om. Sleutelwoord hier is ‘vaak’. Een instrument leren spelen is net als leren lopen, praten en fietsen. Je moet je lichaam op een bepaalde manier leren gebruiken. Je gaat dus door onbekende handelingen je lichaam op een nieuwe manier leren kennen, of onderdelen en bewegingen leren (her)kennen die je tot dan niet gemaakt had. En dit is de tweedeling die het leren spelen is van een instrument, kennen en herkennen.

De enige manier om een instrument te leren spelen is een beweging vaak genoeg te doen, tot je de bevestiging krijgt van het instrument, het geluid dat je zoekt. De noot, het akkoord, of welke vorm van muzikale uiting je dan ook uit het instrument poogt te krijgen.

Maar het eindigt niet bij die ene keer dat je per toeval de juiste beweging maakt. Herkenning van die beweging vereist herhaling na herhaling. Dit kun je proberen een keer in de week te doen, een kwartier lang, of een half uur, maar de kans is groot dat je lijf deze bewegingen een week later allang weer is vergeten. En hier komt herkenning in het spel. Oefen niet heel veel. Oefen zo lang of kort als je wilt, maar oefen vooral vaak en oefen wat je wilt leren.

Oefenen is je lijf en je hersenen lang genoeg de kans geven om zich zodanig te ontwikkelen dat een beweging en het signaal hiervoor herkenbaar zijn. Als je bijvoorbeeld een jaar niet fietst ben je niet alleen veel spierkracht verloren, maar waarschijnlijk ook de mogelijkheid om zonder handen te fietsen. De manier om dit te voorkomen en de manier om gemakkelijk te leren, is niet om een paar uur te gaan zitten blokken, maar om gewoon meerdere per dag even een op te staan en een stukje te fietsen.

Zoals ik al eerder vertelde, ben ik nooit iemand geweest van ‘oefenen’. Oefenen klinkt namelijk als werk en werk is niet iets waar je je vrije tijd aan wilt besteden. Zeker als kind, wil je wanneer je vrij bent gewoon spelen. En dat is het instrument ook altijd voor mij geweest. Ik speelde, ’s ochtends als ik opstond, als ik thuiskwam en voor ik ging slapen. Als ik iets niet kon, dan stond ik net zo vaak op tot ik niet meer omviel.

Pak je instrument als je opstaat, nadat je ontbeten hebt, als terugkomt van school of werk en voordat je gaat slapen. Dat hoeft niet veel te zijn, al is het elke keer maar een paar minuten, het is die herhaling met korte tussenpozen die maakt dat het spelen een tweede natuur wordt. Net als opstaan, fietsen en praten. En als je zelfs die vier keer geen minuut hebt? Nou, dan fiets je toch gewoon wat harder? Blijft er nog wat tijd over om te spelen ook.