Over Techniek en Perfectionisme

De mens is tamelijk perfectionistisch aangelegd. In een cultuur die tegenwoordig behoorlijk ingesteld is op een zwart-wit beeld van goed en slecht, juist en fout is het gemakkelijk om niet alleen je interpretatie en focus te verliezen van wat je doel is, maar ook hoe je het bereikt. Een veelgestelde vraag door (beginnende, maar ook gevorderde) muzikanten, met name als men een gebrek aan vooruitgang ervaart, is “Hoe pas ik deze techniek(en) toe?” Het juist antwoord is, “Niet.”

Tamelijk kort door de bocht, maar het is niet incorrect. De redenen hiervan zijn even uitgebreid als de variaties die bestaan in de toepassing van één enkele techiek of beweging. Elk mens is anders, dus elk persoon zal een ander middel toepassen om een specifiek doel te bereiken, in dit geval – een geluid. Het klinkt dus knullig, maar daar niet elk lijf op dezelfde manier functioneert (we hebben allemaal andere beperkingen, puur door onze onderlinge fysieke en mentale verschillen), kan het ene mens maar een heel beperkt advies geven over hoe de ander een bepaalde beweging zou moeten maken. Echter, we schieten ons doel ook behoorlijk voorbij als we hier daadwerkelijk op focusen, of anders gezegd, we berperken ons zodanig dat we het echte doel – een bepaald geluid maken – niet eens zullen bereiken.

De gitaar is een wat onhandig instrument als het hierom gaat. Het heeft behoorlijke fysieke beperkingen ten opzichte van andere instrumenten, zoals de viool, of de piano. Het is dan ook een compromis tussen deze twee te noemen. De gitarist heeft een grotere, of in elk geval gemakkelijker te bereiken invloed, op het timbre (klankkleur) van de noten die we spelen. En we kunnen meer noten tegelijk spelen dan een violist, maar de noten zijn behoorlijk beperkt in hun lengte en volume. Ook zullen we nooit zoveel noten tegelijkertijd kunnen spelen als een pianist, of hebben we toegang tot een dergelijk groot aantal octaven.

Dit fysieke compromis heeft als resultaat dat de gitarist bijna altijd beroep moet doen op bepaalde technieken, om zo te bluffen en de illusie te creëren van een bepaald geluid, dat de gitaar eigenlijk niet kan produceren. Tremolo bijvoorbeeld, om een lang aangehouden noot te simuleren, als een viool. Of vibrato, om de illusie te geven dat een noot luider word, dat wordt deze dan niet, maar door de aandacht er zo naartoe te halen bereiken we toch ons doel.

Het onhandige hiervan, is doordat dergelijke ‘truukjes’ inmiddels zo ingebakken zijn in de muzikale cultuur en soms ook de te spelen muziek zelf, dat er (in elk geval door de muzikant) niet meer geluisterd wordt naar de eigenlijke muzikale ideeën, maar dat we enkel focusen op de toe te passen techniek. Zo zijn er arpeggio-studies, tremolo-studies, studies voor sweeping, studies voor palm muting, voor slides, hammer-on en pull-offs, legato, picado, enzovoorts. Allerlei verschillende technieken om een bepaald geluid te maken, het probleem hiermee is dat men, door een muzikaal idee een technische definitie te geven, in plaats van een muzikale definitie, is dat dit didactisch gezien vaak het effect heeft dat we stoppen met luisteren. Als het al een naam moet krijgen, ervaring leert dat dergelijke definities vaak onbewust al worden gemaakt. En als de muzikant al niet kan horen wat hij speelt, hoe moet het publiek dit dan doen?

Naast het feit dat mensen dus altijd verschillen, is er ook een bepaalde trend in muziek dat techniek geperfectioneerd kan worden. Dit is volgens mij, zoals degenen die mij al een tijdje volgen wel zullen kunnen voorspellen, klinkklare onzin. Dit is een wat appart idee, dat niet onbegrijpelijk is, maar even onbereikbaar vanuit fysiek en mentaal oogpunt, als onpraktisch in muzikaal opzicht.

Drink een kop koffie en kijk of je op dezelfde manier functioneert als zonder de cafeïne. Mensen zijn veranderlijk, we groeien, we krimpen, bouwen spiermassa op, of verliezen dat. We worden dunner of dikker van dag tot dag, nagels groeien en slijten met elke noot die we spelen, enzovoorts. Elk mens brengt zijn of haar gehele leven door met ademen, net als eten. Toch krijgen we het voor elkaar om ons te verslikken, terwijl beide bezigheden nagenoeg ons hele leven omvatten. Dan zou je toch denken dat we het op bepaalde leeftijd toch wel geperfectioneerd hebben, maar blijkbaar is dit dus toch niet geheel correct als denkwijze.

Anderzijds is het muzikaal gezien ook absoluut onwenselijk om technieken te perfectioneren. Muziek is expressie en het veelvoorkomende idee van een perfecte techniek is vaak, om bijvoorbeeld picado te nemen, dat elke noot hetzelfde klinkt wat betreft volume, attack en timbre. Hier bestaat ook een ander woord voor. Monotoon. Heb je wel eens naar een verhaal geluisterd dat monotoon verteld werd? En hoe lang hield je het vol?

Dat wil niet zeggen dat een renner op kan houden met trainen voor de marathon, maar realiseer wat er eigenlijk getraind wordt. In plaats van het lichaam te nemen als onveranderlijk constante, wat in vorm geperst dient te worden, leer ernaar te luisteren. Als je nagels langer zijn, neem wat meer afstand, willen je arpeggios niet meewerken? Gebruik arrastre. Is je picado oneven? Gebruik eens je ringvinger in plaats van je middelvinger.

Maar concentreer je op het geluid dat je wilt bereiken, niet (alleen) hoe je dat doet. Je publiek komt niet voor een robot die een MIDI-bestand afwerkt. Als je vingers stijf zijn, speel dat, neem de tijd in plaats van de muziek af te raffelen met risico blessures op te lopen. Ben je moe, of sta je stijf van de cafeïne omdat je van de zenuwen niet geslapen hebt en vier koppen koffie op hebt? Speel dat dan. Heb je geen ideeën of inspiratie? Speel dan die stilte. Een blanco blad kan niet lelijk zijn.

Techniek is een middel. En tenzij je het Guinness Book of Records in wilt, geen doel. Hoeveel techniek is genoeg? Precies zoveel als je nodig hebt. En geen noot meer.